UV-Verlichting

Er is veel onderzoek gedaan naar het nut en de noodzaak van UV licht voor terrariumdieren. Er bestaan 3 soorten UV-straling: UV-A, UV-B en UV-C. De UV-C komt niet door de ozonlaag heen en is zeer gevaarlijk voor alle levende wezens.

UV-A speelt een bijzondere rol bij reptielen, ze kunnen namelijk UV-A zien, waaroor ze kleuren anders waarnemen dan de mens. Veel reptielen zijn afhankelijk van UV-A om soortgenoten, planten en insecten te herkennen aan hun unieke UV-A weerkaatsingspatroon. Bovendien vertonen reptielen die blootgesteld worden aan UV-A meer sociaal gedrag en natuurlijke activiteit. Ook zijn voortplantingsresultaten vaak beter.

UV-B. Veel dieren waaronder veel reptielen soorten zijn afhankelijk van UV-B straling voor de aanmaak van vitamine D in de huid. Vitamine D is onder andere nodig voor de opnamen van calcium (kalk) uit voeding en de verwerking ervan in het lichaam. Calcium is op zijn beurt niet alleen nodig voor gezonde botten, maar ook voor het transport van signalen door zenuwen en voor samentrekking van de spieren. Een tekort aan UV-B straling kan leiden tot ernstige verzwakking en vervorming van botten en schild, waardoor het dier zich uiteindelijke nauwelijks meer kan voortbewegen en zelfs kan overlijden. Zeer veel verschillende symptomen kunnen samenhangen met een tekort aan vitamine D, en vitamine D kan door de meeste soorten niet via voeding of drinkwater worden opgenomen. Blootstelling aan UV-B straling is daardoor essentieel.

UV-B bij nachtactieve dieren. Er bestaat een wijdverspreide misvatting dat nachtactieve dieren geen UV-B straling nodig zouden hebben. Op het moment dat ze volop UV-B staling uit zonlicht zouden kunnen absorberen zitten ze weliswaar van nature verscholen, maar zij zijn ook korte perioden van de dag actief en nemen dan in de natuur wel UV-B op. Bij avond/nachtdieren die van nature niet of nauwelijks blootgesteld worden aan UV-B, is het belangrijk dat zij met de voeding voldoende vitamine D en calcium op kunnen nemen. Het is echter niet duidelijk of zij deze vitamine D kunnen opnemen uit de voeding. Wees erg voorzichtig met het toevoegen van extra vitamine D aan de voeding. Dit leidt namelijk mogelijk tot overdosering, met ernstige medische gevolgen. Bij gebruik van een UV-B Lamp bestaat nooit het risico op een te hoog vitamine D gehalte.

Van amfibieën is bekend dat zij erg gevoelig zijn voor de schadelijke effecten van UV licht, vooral in het larve stadium. Daarom is bij amfibieën gebruik van een vitamine- en mineralenpoeder in plaats van een continu brandende UV lamp juist wel aan te bevelen, maar ook bij deze diergroep is een kort durend aanbieden van een UV-B straling zeer verstandig.

Bij de dagactieve dieren maken we onderscheid tussen dieren die hele, gewervelde prooi eten en de dieren die insecten en planten eten.

Vele slangensoorten zijn dagactieve dieren die hele prooidieren eten. Als deze prooidieren goed doorvoed zijn en niet te lang bevroren geweest, bevatten deze prooidieren voldoende vitamine D en is een UV-B lamp niet altijd nodig. Om de reptielen in deze categorie van UV-A te voorzien is een UV lamp met een geringe UV opbrengst voldoende. Een UV-B lamp zorgt echter wel voor hogere concentraties vitamine D in het bloed, en zoals eerder vermeld kan er geen overdosis vitamine D vrijkomen bij het gebruik van een UV-B lamp. Dit is voor deze groep dieren dus wel aan te raden.

Bij dagactieve dieren die vooral insecten en groente eten zoals land- en waterschildpadden, vele hagedissen en leguanen, is het hebben van een goede UV-B lamp essentieel. De voor hen geschikte voeding bevat van nature te weinig vitamine D, ook kunnen deze dieren de vitamine D uit de voeding slecht opnemen.

Let bij aanschaf van een UV lamp goed op de levensduur van de lamp. De levensduur van een UV lamp varieert van enkele maanden tot een jaar. Ze blijven wel licht geven maar de hoeveelheid UV straling die ze afgeven neemt drastisch af na verloop van tijd.